Van vetregulatie tot darmherstel: de kracht van kortketenvetzuren
Onder korteketenvetzuren verstaat men organische carbonzuren (-COOH) met één tot zes koolstofatomen, waarvan acetaat (C2), propionaat (C3) en butyraat (C4) het meest zijn onderzocht. Ze worden anaeroob geproduceerd door dikke darmbacteriën uit oligosacchariden, resistent zetmeel, alsook uit peptiden en eiwitten. Dagelijks ontstaat ongeveer 300 mmol korteketenvetzuren, waarvan slechts 3% wordt uitgescheiden. Tijdens de borstvoedingsperiode produceren vooral bifidobacteriën uit humane melkoligosacchariden (HMO's) acetaat. Na de introductie van vaste voeding nemen ook Firmicutes - zoals Lactobacillus, Enterococcus, Ruminococcus en Clostridium - deel aan de fermentatie en de vorming van propionaat en butyraat.
De verhouding tussen acetaat, propionaat en butyraat bedraagt ongeveer 60:25:15. De hoge acetaat concentratie is belangrijk, omdat het als substraat dient voor de vorming van propionaat en butyraat via kruisvoeding.
Darmecologie
De productie van korteketenvetzuren komt in het gedrang door o.a. een overmaat aan verzadigde vetten, geraffineerde (kunstmatige) suikers, bepaalde medicatie, lichamelijke inactiviteit en chronische stress. Optimale fermentatie vereist een licht zure darmomgeving (pH 5,5–6,5), een voldoende en gevarieerde vezelinname en de aanwezigheid van gespecialiseerde bacteriën. Ook darmmotiliteit en het enterisch zenuwstelsel zijn bepalend voor de beschikbaarheid en benutting van de gevormde korteketenvetzuren.
Fermenteerbare vezels
Voedingsvezels zijn plantaardige bestanddelen die niet worden afgebroken door menselijke spijsverteringsenzymen. Ze kunnen worden onderverdeeld in drie groepen: oplosbare en fermenteerbare vezels, zoals fructo-oligosacchariden (FOS) en galacto-oligosacchariden (GOS); onoplosbare maar fermenteerbare vezels waaronder resistent zetmeel en niet-oplosbare en tot slot nauwelijks fermenteerbare vezels zoals cellulose en lignine, die vooral bijdragen aan een vlotte darmtransit. In de praktijk voeden verschillende vezelsoorten verschillende bacteriën en ondersteunen zo een diverse productie van korteketenvetzuren. Een gevarieerd voedingspatroon met o.a. groenten, fruit, volwaardige granen, kruiden, algen, konjacwortel en gefermenteerde (niet-gepasteuriseerde) melkproducten ondersteunt daarom een gezonde korteketenvetzuurbalans.
Kortketenvetzuurreceptoren en -functies
Na hun productie worden korteketenvetzuren opgenomen door de darmcellen via specifieke transporteiwitten (monocarboxylaattransporters of MCT’s). Daar dienen ze onder meer als energiebron en ondersteunen ze de integriteit van de darmbarrière door bescherming van de tight junctions. Daarnaast activeren ze G-proteïnegekoppelde receptoren (GPR), wat de afgifte van darmhormonen zoals GLP-1 en PYY en neurotransmitters zoals GABA en serotonine beïnvloedt. Hierdoor beïnvloeden ze verzadiging, glucosemetabolisme en darmtransit. Een deel van de korteketenvetzuren bereikt via de poortader de lever en vervolgens de systemische circulatie, waardoor ook effecten buiten de darm mogelijk zijn.
De functies van korteketenvetzuren zijn divers. Acetaat levert o.a. energie aan lever en spieren en ondersteunt tevens samen met propionaat een gezond vetmetabolisme. Butyraat is de belangrijkste energiebron voor de darmcellen, heeft uitgesproken anti-inflammatoire eigenschappen en draagt bij aan de integriteit van de darmbarrière. Om die redenen staat butyraat als postbiotica centraal in wetenschappelijk klinisch onderzoek.
Butyraat als postbioticum
In een gerandomiseerde, dubbelblinde, placebo-gecontroleerde studie bij 50 personen met leversteatose en metabool syndroom leidde een dagelijkse suppletie met calciumbutyraat (2 × 500 mg/dag), gecombineerd met 5 mg zinkgluconaat en 12,5 mcg vitamine D3, gedurende drie maanden tot verbeteringen in leververvettingindex (FLI).
Ook bij antibioticagebruik kan butyraat een beschermende rol spelen. In een studie bij patiënten die een Helicobacter pylori-eradicatietherapie ondergingen, zorgde een combinatie 2 × 250 mg butyraat en 250 mg inuline per dag gedurende 14 dagen voor een sneller herstel van de bacteriële diversiteit en geringere toename aan antibioticaresistente genen in vergelijking met de controlegroep.
Bron
OrthoFyto zomer 2026
Referenties
- Sonia Facchin et al. Short-Chain Fatty Acids and Human Health: From Metabolic Pathways to Current Therapeutic Implications. Life (Basel) 2024
- William Fusco et al. Short-Chain Fatty-Acid-Producing Bacteria: Key Components of the Human Gut Microbiota. Nutrients 2023
- Kopczyn´ska J and Kowalczyk M. The potential of short-chain fatty acid epigenetic regulation in chronic low-grade inflammation and obesity. Front. Immunol. 2024.
- Harald Carlsen and Anne-Maria Pajari. Dietary fiber – a scoping review for Nordic Nutrition Recommendations 2023. Food & Nutrition Research 2023
- Piero Portincasa et al. Gut Microbiota and Short Chain Fatty Acids: Implications in Glucose Homeostasis. Int. J. Mol. Sci. 2022
- Vincenzo Disca et al. Treatments of food and food by-products to enhance gut microbiota short-chain fatty acids production. Food Bioscience 2025
- Federica Fogacci et al. Effect of Supplementation of a Butyrate-Based Formula in Individuals with Liver Steatosis and Metabolic Syndrome: A Randomized Double-Blind Placebo-Controlled Clinical Trial. Nutrients 2024.
- Abdulkhakov, S et. al. Butyric Acid Supplementation Reduces Changes in the Taxonomic and Functional Composition of Gut Microbiota Caused by H. pylori Eradication Therapy. Microorganisms 2024.