Van lactobacil tot butyraat: zo werkt cross-feeding in de darm

Van lactobacil tot butyraat: zo werkt cross-feeding in de darm
Artikel
Thema
Kinderen
Vrouw
Man
50+
Sporter
Auteur
Ilse van Bladel
Indicaties
Darmproblemen
Dysbiose
Inflammatie
Lekkende darm
Obesitas
Spastische darm (IBS)
Omgevingsfactoren
Microbioom
Voeding
Enkel voor leden
Nee
Artikel aanraden in Kenniscentrum
Uit

Lactobacillen als metabolietenproducenten

Lactobacillen kennen we vooral uit probiotica en gefermenteerde voeding. Een belangrijk deel van hun werking zit echter niet alleen in de bacteriën zelf, maar ook in wat ze tijdens hun stofwisseling aan metabolieten produceren. Korteketenvetzuren (short-chain fatty acids, SCFA’s) zijn microbiële metabolieten die bijdragen aan darmhomeostase en immuunregulatie. Hoewel SCFA-productie vooral bij anaerobe bacteriën is onderzocht, blijken ook Lactobacillus-soorten aan de productie van deze metabolieten bij te dragen. Een recente review van Nami et al. zet de huidige kennis op een rij. 

Van lactaat en acetaat naar butyraat

Lactobacillen produceren vooral acetaat en lactaat. Lactaat is officieel geen SCFA, maar vervult wel vergelijkbare metabole functies. De productie verschilt sterk per soort en stam. De meeste lactobacillen produceren zelf relatief weinig butyraat, maar dragen indirect bij aan de butyraatproductie in de darm. Fermenteerbare vezels en andere koolhydraten leveren daarbij substraten voor de microbiële stofwisseling.

Darmbacteriën leven namelijk niet als losse eilandjes: stofwisselingsproducten van de ene bacterie kunnen als voedingsbron dienen voor een andere. Dit wordt cross-feeding genoemd. Zo kunnen butyraatproducerende bacteriën zoals Faecalibacterium prausnitzii en Anaerobutyricum spp. het lactaat en acetaat omzetten in butyraat. 

Waarom zijn SCFA’s en butyraat zo belangrijk?

Acetaat, propionaat en butyraat zijn meer dan restproducten van bacteriële fermentatie. SCFA’s functioneren ook als signaalstoffen en kunnen via receptoren zoals FFAR2/GPR43 en FFAR3/GPR41 immuun- en metabole processen beïnvloeden.

Vooral butyraat is een belangrijke energiebron voor colonocyten, ondersteunt tight-junctioneiwitten en mucineproductie en draagt zo bij aan een gezonde darmbarrière en immuunregulatie. Daarnaast kan butyraat via remming van histondeacetylasen (HDAC’s) de genexpressie en immuunregulatie beïnvloeden. Ook regulatoire T-cellen en ontstekingsroutes zoals NF-κB kunnen door SCFA’s worden beïnvloed.

Van cross-feeding naar eubiose

Deze microbiële samenwerking draagt bij aan eubiose: een evenwichtig ecosysteem waarin niet alleen de aanwezige bacteriën, maar ook hun gezamenlijke metabolietproductie van belang is. Bij inflammatoire darmziekten zoals de ziekte van Crohn en colitis ulcerosa worden lage SCFA-niveaus, en vooral lage butyraatniveaus, geassocieerd met een verminderde barrièrefunctie, mucosale inflammatie en een verstoorde regulatoire T-celrespons. 

Voeding vormt het begin van deze keten: wat we eten bepaalt mede welke substraten darmbacteriën krijgen, welke metabolieten ze produceren en welke signalen vervolgens het darmepitheel en immuunsysteem bereiken.

Werking verschilt per stam

Niet iedere Lactobacillus-stam heeft dezelfde metabole eigenschappen. Zo wordt Lactiplantibacillus plantarum 299v in verband gebracht met een verminderde darmpermeabiliteit en lagere IL-6-waarden. Lacticaseibacillus rhamnosus GG beïnvloedt via onder andere acetaat de regulatoire T-celrespons en IL-10-productie, terwijl voor Lacticaseibacillus paracasei F19 effecten via de SCFA-receptor GPR43, serumacetaat en insulinegevoeligheid worden beschreven. De keuze voor een probioticum gaat dus verder dan de soortnaam: de specifieke stam en zijn metabole eigenschappen zijn bepalend voor het beoogde effect.

Van ondersteuning naar gerichte therapie

Gezonde voeding, fermenteerbare vezels en gefermenteerde producten vormen de basis voor een divers en veerkrachtig microbioom en ondersteunen de natuurlijke productie van microbiële metabolieten. Voor gerichte therapeutische effecten zijn echter specifieke stammen, voldoende metabole output en afgifte op de juiste plaats in de darm van belang. Onderzoek bij inflammatoire, metabole en neuro-immuunaandoeningen richt zich daarom op stamspecifieke synbiotica, gerichte afgifte en bacteriële consortia, en op genetisch aangepaste stammen met een beter voorspelbare metabolietproductie. Precisie-microbioomtherapie vormt daarmee een belangrijke richting voor toekomstig onderzoek.

Wat betekent dit voor de therapeutische praktijk?

  1. Kies gericht op stam: stem een probioticum af op het beoogde effect en kijk naar de specifieke, onderzochte stam, niet alleen naar de soortnaam. De review beschrijft bijvoorbeeld L. plantarum 299v in relatie tot de darmbarrière, L. rhamnosus GG voor immuunregulatie en L. paracasei F19 voor metabole processen. 
  2. Voed het microbiële netwerk: combineer probiotica met voldoende fermenteerbare vezels en prebiotische koolhydraten. Denk aan inuline en FOS uit ui, knoflook, prei en cichorei, resistent zetmeel uit afgekoelde aardappelen en rijst en vezels uit peulvruchten en volkoren granen. Bouw deze bij darmklachten geleidelijk op en volg de tolerantie 
  3. Kijk verder dan het supplement: beoordeel ook het voedingspatroon. Overwegend plantaardige voeding met voldoende groenten, fruit, peulvruchten, volkoren granen, noten en zaden, aangevuld met gefermenteerde producten, ondersteunt de diversiteit en veerkracht van het darmmicrobioom.

Verdiep je in darmgezondheid zonder een nieuw langlopende opleiding 

Heb je al een meerjarige opleiding gevolgd binnen voeding, gezondheid of orthomoleculaire therapie en wil je als zorgprofessional verder verdiepen in darmgezondheid? Dan hoef je bij BIOK niet noodzakelijk opnieuw aan een langlopende opleiding te beginnen.

Met het Themapakket Darm & microbioom bundelt BIOK een uitgebreide professionele zelfstudiemodule met drie inhoudelijk aansluitende masterclasses. Zo krijg je de mogelijkheid om je gericht te verdiepen in het microbioom, de spijsvertering, de darmbarrière én de belangrijke wisselwerking tussen darm, lever, gal en het immuunsysteem.

Ontdek hier meer over het Themapakket Darm & microbioom

Bron

  • Nami, Y., et al. (2025). Harnessing Lactobacillus-derived SCFAs for food and health: Pathways, genes, and functional implications. Current Research in Microbial Sciences, 9, 100496