Ultrabewerkte voeding bij kanker: risicofactor of overlevingsstrategie?

Ultrabewerkte voeding bij kanker: risicofactor of overlevingsstrategie?
Artikel
Thema
Vrouw
Man
50+
Auteur
Ilse van Bladel
Indicaties
Cachexie
Kanker
Obesitas
Ondervoeding
Orale mucositis
Sarcopenie
Omgevingsfactoren
Medicatie
Microbioom
Voeding
Energie
Leefstijl
Enkel voor leden
Nee
Artikel aanraden in Kenniscentrum
Uit

Schadelijke UPF-consumptie neemt toe

Ultrabewerkte voedingsmiddelen (ultra-processed foods, UPF's) vallen binnen de NOVA-classificatie in groep 4, de meest bewerkte categorie. Het gaat doorgaans om industrieel samengestelde producten met geraffineerde ingrediënten en additieven die in de gewone keuken niet of nauwelijks worden gebruikt. Veel UPF’s leveren relatief veel energie, geraffineerde koolhydraten, vet en zout en weinig vezels en micronutriënten. Een hoge consumptie wordt in toenemende mate in verband gebracht met laaggradige inflammatie, verstoring van het darmmicrobioom en een hoger risico op verschillende vormen van kanker. 

Bij iemand die al kanker heeft, ontstaat echter een ander vraagstuk: wat als voldoende voeding binnenkrijgen belangrijker wordt dan de mate waarin die voeding is bewerkt? 

Voedingsprioriteiten bij kanker

Kanker en behandelingen zoals chemotherapie, radiotherapie, immunotherapie en chirurgie kunnen grote invloed hebben op eetlust, smaak, spijsvertering, voedselinname en stofwisseling. Kanker kan gepaard gaan met een verhoogde stofwisseling, terwijl misselijkheid, orale mucositis, slikproblemen, vermoeidheid en verlies van eetlust ertoe kunnen leiden dat patiënten steeds minder eten. Voldoende energie en eiwit van goede kwaliteit zijn essentieel voor het behoud van spiermassa en voor herstel. Wanneer niet aan de verhoogde behoefte wordt voldaan, kunnen gewicht en spiermassa afnemen, waardoor de lichamelijke conditie en behandelingstolerantie verslechteren. Cachexie is bovendien een complexe metabole toestand waarbij inflammatoire en metabole veranderingen een rol spelen en die niet simpelweg wordt opgelost door meer calorieën te eten. 

Inflammatie en microbioom 

Een hoge consumptie van UPF’s wordt geassocieerd met chronische laaggradige inflammatie. Inflammatoire processen kunnen betrokken zijn bij tumorprogressie en samenhangen met klachten als vermoeidheid, verlies van eetlust en spiermassa. Daarnaast kunnen bepaalde UPF’s stoffen bevatten of tijdens verwerking vormen die mogelijk ongunstig zijn, zoals acrylamide, nitrosaminen en PAK’s. Veel UPF’s bevatten bovendien weinig vezels, waardoor darmbacteriën minder substraat hebben voor de productie van gunstige korteketenvetzuren. Emulgatoren zoals carboxymethylcellulose en polysorbaat 80 worden in verband gebracht met veranderingen in het microbioom en de darmbarrière. Het microbioom is betrokken bij de immuunrespons; de aanwezigheid van bacteriën zoals Akkermansia muciniphila en Bifidobacterium-soorten wordt in onderzoek in verband gebracht met een betere respons op bepaalde vormen van immunotherapie, waaronder immuuncheckpointremmers.

Nutriëntendichtheid

Ook de lage nutriëntendichtheid van veel reguliere UPF’s is een belangrijk aandachtspunt. Oncologische patiënten hebben een verhoogd risico op tekorten aan onder andere eiwitten, vitamine D, vitamine B12, folaat, ijzer, zink en magnesium, door verminderde voedselinname, veranderingen in de stofwisseling en effecten van de behandeling. Wanneer energierijke maar nutriëntarme producten volwaardige voeding verdringen, kan dat de voorziening van deze voedingsstoffen verder onder druk komen te staan. Vooral voldoende eiwit is belangrijk voor spiermassa, immuunfunctie en wondgenezing. 

Het gaat niet alleen om voldoende calorieën, maar ook om wat die calorieën aan eiwitten en micronutriënten leveren.

Sarcopene obesitas: een verborgen risico

Spierverlies gaat niet altijd gepaard met een laag of dalend lichaamsgewicht. Bij sarcopene obesitas gaat een lage spiermassa samen met een relatief hoge vetmassa, waardoor BMI of lichaamsgewicht een vertekend beeld kunnen geven. Een voedingspatroon met veel energierijke maar eiwit- en nutriëntarme UPF’s kan hieraan bijdragen, zeker in combinatie met weinig beweging. Sarcopene obesitas kan gepaard gaan met meer bijwerkingen, een slechtere behandelingstolerantie, vaker noodzakelijke dosisverlagingen en een slechtere prognose. 

Kijk dus als zorgprofessional niet alleen naar gewicht en BMI, maar ook naar gewichtsverloop, voedselinname, functioneren en waar mogelijk spiermassa en lichaamssamenstelling.

Wanneer (ultra)bewerkt functioneel wordt

Wanneer een patiënt door misselijkheid, slikproblemen, mucositis, vermoeidheid of anorexie nog maar weinig kan eten, is uitsluitend streven naar verse en minimaal bewerkte voeding niet altijd haalbaar. Bij dreigende ondervoeding en spierverlies krijgen voldoende energie en eiwit prioriteit. Door voeding bijvoorbeeld te pureren, fijn te malen of vloeibaar te maken, kan deze gemakkelijker te eten of te slikken zijn. Denk aan gepureerde soep of maaltijden, pap, yoghurt en smoothies. Daarnaast kunnen energierijke, gemakkelijk te consumeren producten waardevol zijn, ook wanneer ze volgens NOVA als ultrabewerkt worden geclassificeerd. Dit geldt bij uitstek voor medische drinkvoeding en enterale sondevoeding, die specifiek zijn samengesteld om energie, eiwitten en micronutriënten te leveren wanneer gewone voeding tekortschiet of niet mogelijk is. 

De mate van bewerking alleen zegt dus onvoldoende over de nutritionele of klinische waarde; ook de voedingswaarde, functie van het product en individuele situatie van de patiënt/ cliënt moeten worden meegewogen.

Praktische aandachtspunten

1. Kies waar mogelijk voor nutriëntendichte voeding, zoals groenten, fruit, volkoren granen, peulvruchten, noten en zaden, eieren, vis en zuivel. Beperk UPF’s die veel energie maar weinig voedingsstoffen leveren, zoals frisdrank, snoep, koek en snacks.

2. Zorg voor voldoende energie én eiwit; neem bij iedere maaltijd een eiwitbron, zoals ei, vis, kip, tofu, kwark of yoghurt, of peulvruchten. Bij weinig eetlust kunnen kleine porties worden verrijkt met kaas, notenpasta, volle zuivel, olijfolie of avocado.

3. Pas voeding aan de klachten aan; bij mucositis of slikproblemen kunnen pap, yoghurt, gepureerde soep of maaltijden, bouillon of roerei gemakkelijker te eten zijn. Bij misselijkheid werken kleine porties verspreid over de dag soms beter. Als de inname onvoldoende blijft, kan medische drinkvoeding nodig zijn.

4. Houd de voedingstoestand in de gaten; let niet alleen op BMI, maar ook op onbedoeld gewichtsverlies, minder eten, afnemende kracht en spierverlies. Schakel bij dreigende ondervoeding of cachexie tijdig een oncologisch diëtist in. Combineer voldoende eiwitinname waar mogelijk met passende beweging of krachttraining, zo nodig onder begeleiding wanneer de lichamelijke conditie of behandeling daarom vraagt.

Meer lezen over spierverlies en eiwitten

Bron: 

  • Madarasz B., et al. (2025). Ultra-processed foods and dietary habits of oncology patients: Risk factor or survival strategy. World Journal of Clinical Oncology, 16(12), 111372