Gemmotherapie & cyclische fytotherapie

Gemmotherapie
Artikel
Thema
Kinderen
Vrouw
Man
50+
Auteur
Nancy Popieul
Enkel voor leden
No
Artikel aanraden in Kenniscentrum
Uit

Wat is gemmotherapie?

Gemmotherapie is afgeleid van de Latijnse woorden 'Gemmae' (knop) en 'Therapia' (therapie). Het is een therapiemethode die gebruikmaakt van maceraten van knoppen en jonge scheuten van bomen en struiken. Gemmotherapie wordt beschouwd als een moderne component binnen de fytotherapie, hoewel het gebruik van knoppen al uit de oudheid stamt. In de Oude Indische Schrift ‘Ayurveda’ zijn teksten te vinden over het gebruik van plantenknoppen. Daarnaast bevatten de geschriften van Galenus (131-216 n.C.) een recept voor Acopon, een balsem bereid uit populierknoppen die in olijfolie worden gemacereerd. Dit recept vormde later de basis voor 'Unguenteum Populeum', ook bekend als populierzalf of groene zalf.

In de middeleeuwen documenteerde Hildegard van Bingen het gebruik van knoppen gemacereerd in rode wijn, een techniek die kan worden beschouwd als een voorloper van de moderne gemmotherapie. De Belgische arts Pol Henry (1918-1988) verrichtte als eerste wetenschappelijk onderzoek naar deze bijzondere therapie. Als homeopaat was hij goed bekend met het werk van H. Reckeweg en de homotoxicologie. In samenwerking met J.C. Leunis ontwikkelde Pol Henry de gemmotherapie volgens de principes van de homotoxicologie en de cyclische fytosociologie.

In 1982 publiceerde hij zijn boek ‘Phytembryothérapie - Gemmothérapie, Thérapeutique par les extraits embryonaires végétaux,’ waarin hij zijn onderzoek via bloedprofielen en de werking van remedies beschrijft. 
Pol Henry, naast dokter ook bioloog, benadrukte symbiose in de natuur en ontwikkelde therapeutische complexen die elkaar aanvullen.
Max Tetau introduceerde uiteindelijk de term gemmotherapie.

Werkzaamheid

De werkzaamheid van de knoppen bevindt zich in de aanwezigheid van auxine, gibberelline, cytokines en abscisinezuur. De eerste drie staan binnen de natuurgeneeskunde voor beweging en creatie. De laatste staat voor rust. Binnen de Westerse natuurgeneeskundige filosofie is het zo dat wanneer je in een plantenpreparaat stoffen hebt die de beweging en de creatie activeren alsook stoffen die tot rust leiden en tot drainage. Dan heb je een volwaardig product dat geen enkel systeem in het lichaam ontregeld maar ondersteund en vervolmakend is.

Cyclische fytotherapie

In de cyclische fytosociologie onderscheiden we planten uit vier grote biotopen. De eerste groep omvat planten die in waterbiotopen leven of graag natte wortels hebben. Deze planten worden gebruikt voor acute aandoeningen met een bekende oorzaak. De tweede groep bestaat uit planten die vochtige wortels maar een droge bovenlaag nodig hebben. Deze groep omvat alle chronische aandoeningen met veel symptomen. In de derde groep vallen onder andere sparren en dennen. De bodem bestaat uit siliciumrijk zand. De plantengroei is sober en bevat weinig kruiden. Deze groep omvat aandoeningen met onbekende oorzaken en gewijzigde orgaan- of systeemwerking. De vierde groep zijn de heideachtigen. Hier vinden we aandoeningen waarvan de oorzaak moeilijk te achterhalen is en de ziekten vaak levensbedreigend worden.

Binnen deze groepen bevinden zich talrijke planten, waarvan sommige ook in verschillende biotopen voorkomen. Dr. Pol Henry en J.C. Leunis hebben van ongeveer 400 gemmo- en fytotherapeutische planten een proteïneprofiel samengesteld en dit toegewezen aan de zes fasen van Reckeweg. 

Dit biedt therapeuten die bekend zijn met dit systeem een omvangrijk arsenaal aan informatie om voor elke cliënt een geschikte remedie samen te stellen.

Voorbeeld: Planten om de immuniteit bij kinderen te bevorderen

  • Betula verucosa, ruwe berk Deze boom gedijt vooral in drogere gebieden en hoort bij de 2e en 3e biotoopgroep. Hij werkt meer op chronische dan acute problemen. Vaak gebruikt bij kinderen met immuniteit, allergieën en botproblemen zoals groeipijnen. (Homotoxicologie fasen 2.4.5)
  • Rosa canina, Hondsroos is ideaal voor kinderen met een zwak immuunsysteem die vaak ziek zijn. Deze plant, te vinden in biotopen 2 en 3 en het centrum van onze cirkel, ondersteunt alle biotopen. Het is voornamelijk effectief voor de luchtwegen bij zowel kinderen als volwassenen, verhoogt de immuniteit, werkt antiviraal en helpt bij ontstekingen van de slijmvliezen. (Homotoxicologie fase 3 en 6)
  • Viburnum lantana, wollige sneeuwbal. Te vinden in biotoop 2 en 3. Het helpt bij het losmaken van slijmen, bevordert ophoesten, reinigt de longen en ondersteunt de immuniteit. (homotoxicologie fasen 2 en 6)
  • De Ribes nigrum, zwarte bes, kan altijd als ondersteuning van andere remedies worden gebruikt. We gebruiken hem niet als hoofdremedie. Deze veelzijdige remedie komt zowel in het centrum van onze biotopencirkel als in de 1e biotoop voor en wordt vaak ingezet als eerste hulp. (homoxocologie fasen 1, 2 en 6)

De combinatie van deze vier remedies is effectief in de behandeling van fasen 1 tot en met 6 volgens de principes van de Homotoxicologie. Het vormt een betrouwbare remedie voor het versterken van het immuunsysteem en het voorkomen van problemen met de luchtwegen.

Gemmotherapie vereist kennis, maar eenmaal verworven opent het een nieuwe wereld. Deze holistische therapie werkt diep op celniveau en levert verrassende resultaten. Het ondersteunt en vervolmaakt zoals Dr. Henry heeft bedoeld.

Referenties


Wil je meer te weten komen over Cyclische fytotherapie en gemmotherapie?

Schrijf je dan in voor de 2-daagse masterclass waarin je de fundamenten van cyclische fytotherapie, homotoxicologie en planten leert inzetten volgens de evolutieleer. 
Op donderdag 29/05 en vrijdag 30/05/2025 richt docente Nancy Popieul zich vooral op gemmotherapeutische producten bruikbaar als een handige reis- en huisapotheek.